groepsreis met Beyond Borders van 17 februari tot 4 maart 2026 (met een onverwachte verlenging tot 9 maart)
Dagen 1 en 2 – Eindelijk onderweg naar Vietnam
Eindelijk. Na 9 maanden zonder reizen en 6 jaar “ik wil naar Vietnam” is het zover. Rugzak klaar, goesting groot: ik vertrek.
Om 6u56 neem ik de trein in Ieper richting Antwerpen via Brussel-Zuid. Een kleine omweg om een vervangbus tussen Sint-Niklaas en Antwerpen te vermijden (geen risico’s). In Brussel mis ik mijn aansluiting door vertraging – verrassing – maar gelukkig rijden er om de 20 minuten treinen naar Antwerpen. De trein naar Schiphol is wel mooi op tijd, dus we zitten op schema.
In Schiphol ontmoet ik mijn 10 medereizigers in “La Place”. Het is nog wat aftasten en iedereen lijkt vooral bezig met aankomen na zijn eigen traject. De eerste gesprekken komen wat moeizaam op gang – dat komt wel goed eens we samen op weg zijn.

De eerste vlucht naar Dubai is meteen een meevaller: lekker eten, drinken à volonté en als extraatje nog een ijsje met warme brownie. Zo mag het altijd zijn. In Dubai volgt een kleine domper: 2 uur vertraging, wat neerkomt op 5,5 uur wachten. Gelukkig krijgen we compensatievouchers en belanden we met z’n allen bij McDonald’s. Echt honger had ik niet, maar het ging verrassend vlot binnen.
De luchthaven leeft ondertussen alsof het midden op de dag is, terwijl het eigenlijk nacht is. Overal volk, alles open – best bijzonder.


De vlucht naar Hanoi is iets minder comfortabel (en vooral veel krapper. In de eerste vlucht zaten we met twee op een rij van drie), maar ik slaap toch een paar uurtjes. Bij aankomst om 14u25 plaatselijke tijd volgt de transfer naar het hotel. De eerste indruk van Vietnam is wat grijs – letterlijk – maar na zo’n lange reis kan het me weinig schelen en ben ik vooral blij dat ik er ben.
Het Wilque Hotel is basic en slecht geïsoleerd naar de straat toe, maar verder prima.

’s Avonds trekken we nog even de stad in om iets te eten.

Nu vooral proberen slapen, want morgenvroeg om 7u vertrekken we naar Sapa voor een tweedaagse trektocht. Het avontuur is nu écht begonnen.
Dag 3 – Mist, modder en een voetmassage
Alles was aanwezig voor een topnacht: een mooie kamer, een goeie matras en een aangename kamergenote. Maar helaas… straatlawaai en gesnurk beslisten daar anders over. Met mijn noise-cancelling koptelefoon ging het nog nét, maar comfortabel was het allerminst.
Rond 7u staat een “limousine luxury bus” voor de deur. Met 11 personen in een bus voor 31, ruimte genoeg dus om nog wat slaap in te halen.
Ongeveer halfweg houden we halt voor een plaspauze in een kleine overdekte markt langs de autoweg. Maar… We moesten 3000 dong (0,098 euro) ophoesten om naar het toilet te gaan, enkel cash. Probleem: nog geen cash. Resultaat: geen pipi.

De rit gaat verder door regen en mist, vooral eens we de bergen in trekken. Maar als we op de middag in Sapa aankomen, jawel: zon!

We maken kennis met onze vrouwelijke gids in de Sapa Harmony Homestay. De lunch is verrassend uitgebreid: frietjes, gehaktballen in tomatensaus met rijst en kip met warme groenten. Stevig begin.
Daarna volgt missie “cash afhalen”. Tết (Vietnamees Nieuwjaar) wordt gevierd en bijna alle geldautomaten zijn leeg. Na een uur proberen lukt het eindelijk: 3.000.000 dong. Nog nooit zoveel geld in mijn handen gehad, voelt bijna alsof je miljonair bent.
Met een gerust gevoel starten we aan de wandeling. Door de bergen, een soort jungle-achtig landschap… althans, dat vermoeden we. De mist is ondertussen ook weer van de partij. Op elk uitzichtpunt zegt onze gids enthousiast: “Zo mooi hier!” – en wij knikken braaf terwijl we… niets zien. Fantasie is een mooie eigenschap.
Net buiten Sapa krijgen we onverwacht gezelschap van acht lokale vrouwen. Allemaal klein, stevig gebouwd, met blauwe laarzen en elk met een emmer op de rug. Ze wandelen een heel stuk met ons mee en helpen op de moeilijkere stukken. Best handig, want het parcours is soms glibberig en steil. Op het einde blijkt die hulp natuurlijk niet helemaal vrijblijvend: de emmers veranderen plots in mobiele winkeltjes met tasjes en armbandjes (500.000 dong per stuk). Het was even moeilijk om nee te zeggen, maar het is gelukt. En eerlijk: ik had hun hulp ook niet echt nodig gehad.








Rond 18u, na zo’n 9 km klimmen, dalen en klauteren, komen we aan in Su’s homestay. Na een kopje thee en het kiezen van een kamer, mogen we helpen met koken, wat eigenlijk verrassend leuk is. Maar het opeten is toch nog net iets leuker, en vooral heel lekker. Eten met stokjes begint ondertussen ook te lukken zonder al te veel geklungel.
Na het eten volgt nog een verrassing: een voet- en onderbeenmassage. Per twee, met Vietnamese dames die ondertussen gezellig blijven kletsen. Heel ontspannend… op hun manier. Die van mij had nogal ruwe handen, het voelde meer als een scrubbing dan als een massage.
Moe, voldaan en een beetje geschuurd kruip ik in bed. Morgen nog een dag wandelen. Hopelijk mét zicht.

Dag 4 – Na de mist eindelijk zicht
We worden verwend met pannenkoeken! Maar nog voor we goed en wel kunnen beginnen, roept iemand plots: “We hebben uitzicht!” Iedereen recht, gsm in de hand en naar buiten. Zelfs de eigenaars komen verschrikt aangelopen: “What’s happening?” “We have a view!” “Oh ok.”

Om half tien vertrekken we voor dag twee van de trektocht. Op het programma: 11 km wandelen en zo’n 500 hoogtemeters. En ja, ook vandaag is er weer modder. Véél modder. Wie met gewone schoenen op pad is, schuift vrolijk alle kanten uit.
De wandeling zelf is prachtig, al blijft het weer een beetje wispelturig. Mist en wolken wisselen elkaar af, maar vandaag krijgen we eindelijk ook echte uitzichten cadeau.









Op het einde van de wandeling lopen we door een festivalweide voor het Vietnamees Nieuwjaar. Overal volk, sfeer en opvallend veel jonge koppeltjes. Blijkt dat jongens hier traditioneel een meisje mogen kiezen dat dan vier dagen bij hen woont. Daarna beslist zij of ze blijft (en ze trouwen) of terug naar huis gaat. Tegenwoordig is er gelukkig wat meer vrijheid en is trouwen geen must meer. Maar toch… vier dagen proefperiode, het heeft wel iets.


Rond 16u staat de bus klaar om ons terug naar Sapa te brengen. Ook daar is het superdruk door de festiviteiten. Het nieuwjaarsfeest blijft doorgaan.
’s Avonds gaan we eten in een restaurant op zo’n 20 minuten wandelen. Of beter gezegd: zigzaggen tussen auto’s en scooters. Maar het is de moeite: voor €10,5 krijgen we een voorgerecht, hoofdgerecht, drank en rijstwijn.
Vannacht slapen we in een driepersoonskamer met twee bedden. Gelukkig heb ik mijn eigen matje mee… ik was voorbereid 🙂
Dag 5 – Zon, zweet en de top van de Fansipan
’s Ochtends is het even wachten op de auto die ons naar het startpunt van de beklimming brengt. Tegen 7u staan we klaar, de gids is netjes op tijd… de auto iets minder. Twintig minuten later zijn we eindelijk onderweg.
Goed nieuws: mijn heup (slijmbeursontsteking) heeft zich de voorbije dagen koest gehouden, dus ik beslis mee te gaan. De beklimming zou spectaculair zijn, met ladders en touwen… en er is zon voorspeld. Meer moet dat niet zijn.
En het wordt inderdaad een prachtige, maar stevige tocht. In totaal goed voor 1700 hoogtemeters klimmen en 650 naar beneden. Het begint met een lange afdaling en daarna is het vooral klimmen, klauteren en nog eens klimmen. Geen gewone wandelpaden, maar rotsblokken, hoge treden en geïmproviseerde ladders. Pittig, maar echt leuk.









Rond 15u bereiken we (bijna) de top van Fansipan. Als afsluiter krijgen we nog 600 trappen cadeau richting het echte hoogste punt. Tot onze lunchplaats hebben we in de zon gewandeld, daarna zitten we weer in de wolken, met stevige wind erbij. Boven is het zo koud dat we er niet lang blijven hangen.




Opvallend: bijna niemand komt te voet naar boven. De meesten nemen de kabelbaan en die hebben er blijkbaar twee uur voor moeten aanschuiven. Boven is het dan ook over de koppen lopen. Iedereen in pose bij het bord van de top, trots alsof ze ook de volledige beklimming hebben afgewerkt. Ach ja… laat ze maar.
Onze gids beloont ons met een “gouden medaille”. Het was niet echt een verrassing, we hadden ze eerder al zien liggen, maar we doen alsof. En eerlijk: na zo’n prestatie voelt het echt wel verdiend.

Voor de afdaling kiezen we wél voor de kabelbaan. Gelukkig moeten we “maar” zo’n 45 minuten aanschuiven. Het is wel een ervaring op zich: duwen, drummen, iedereen heeft precies haast.

Terug in het hotel besluiten we met een paar mensen om onszelf te trakteren op een massage. Full body, 45 minuten voor €13, daar moet je het in België niet voor proberen. Je kan kiezen tussen soft, medium en hard. Ik ga voor medium, en ja: het heeft enorm deugd gedaan.
’s Avonds keren we terug naar hetzelfde restaurant als gisteren. Waarom veranderen als het zo goed is?
Dag 6 – Hobbelbus, toeterconcert en junglewandeling
Om 8u worden we opgehaald aan het hotel in Sapa met een minibusje. Na amper 10 minuten stoppen we al op een grote parking om over te stappen… naar een andere bus.
Waar de vorige “Luxury limousine” nog comfortabel was, is deze eerder… karaktervol. Hij ruikt een beetje vreemd, rammelt vrolijk mee met elke bocht en de chauffeur rijdt alsof hij in een race zit. En dat getoeter! Echt constant. Ik ben er vrij zeker van dat ik die toeter vannacht nog ga horen in mijn dromen.
Net na de middag komen we aan in Hà Giang. Tijd voor lunch, en wat voor één. Er blijven maar borden bijkomen, precies alsof ze bang zijn dat we honger zouden lijden.
Na het eten was het nog een kwartiertje rijden naar Cây’ Homestay in Tuyên Quang. En die is echt prachtig: een groot domein met aparte hutjes, midden in het groen. Hier wil ik wel even blijven.




Na het inchecken en even rusten stond er nog een wandeling op de planning: door de jungle naar een waterval. Mooie tocht, en eens aangekomen springen de meesten enthousiast het water in. Ik hou het bij kijken. Het water veel te koud!







Het weer zat vandaag wel helemaal mee: zo’n 25 graden en af en toe zon. Ideaal eigenlijk.
Na het avondeten spelen we nog een spelletje Time’s Up, wat meteen voor wat extra sfeer zorgt in de groep. En daarna… inpakken. Voor de komende drie dagen moeten we met een kleinere rugzak op pad.
Maar wat neem je mee als het weer alle kanten uit kan? Volgens de ene voorspelling wordt het 26 graden en zon, volgens de andere 16 graden en regen. Ik kies voor zekerheid en ga uit van het slechtste scenario.
Dag 7 – Zon, brommers en uitzichten om stil van te worden
WAT EEN DAG!!!
De ochtend start nog wat mistig, maar tegen de middag klaart alles helemaal op. En ja hoor: we lunchen zelfs in het zonnetje. Na de voorbije dagen voelt dat als pure luxe.
We moesten om 8u vertrekken, maar het werd, hoe verrassend, 9u30. Tijd is hier duidelijk een rekbaar begrip. De Easy Riders kwamen aan en elk rider mocht iemand kiezen om mee achterop de brommer te nemen. Ik werd al snel uitgepikt door een jongen die er amper 14 uitziet… maar blijkbaar ergens halverwege de 20 is. Serieus, iedereen ziet er hier zo jong uit.
We krijgen een helm én bescherming voor knieën, scheenbenen en ellebogen. En dan: vertrekken maar.

Het is echt rijden van het ene prachtige landschap naar het andere. Bergen, valleien, kronkelende wegen… je blijft kijken. Regelmatig stoppen we aan uitzichtpunten, waar het vaak behoorlijk druk is. Op één plek zegt de gids dat elke Vietnamees hier minstens één keer in zijn leven geweest moet zijn – een soort bedevaartsoord dus. Overal kinderen in traditionele kledij waarmee je (tegen betaling) op de foto kan, en vrouwen die je haar willen invlechten met bloemetjes. Toeristisch, maar wel kleurrijk.




We stoppen ook bij een plek waar ze tonen hoe ze vroeger stoffen maakten. Natuurlijk mét winkeltje erbij en hier ben ik wel gezwicht, ik ben een heuptasje rijker.


Later bezoeken we nog het “kasteel” van King Monh. Een beetje een figuur à la Tr… “ik ben geweldig dus noem me koning”. In werkelijkheid was het een drugsbaron die het monopolie had op marihuana. Wie zelf ook probeerde te kweken had een probleem… om het zacht uit te drukken.


Als afsluiter rijden we nog tot vlak bij de Chinese grens. In de verte, aan de overkant van de vallei, zie je een lange ijzeren afsluiting door het landschap lopen. Best indrukwekkend om zo dicht bij zo’n gigantisch land te zijn.

Rond 17u30 komen we aan in de volgende homestay. Moe, stoffig, maar vooral: voldaan.

Na het avondeten trekken we nog naar het stadje om het Vietnamese nieuwjaar mee te vieren met de locals. Hier doen ze dat niet één dag, maar gewoon een hele week, en volgens mij zitten we nu in de finale. Op het marktplein wordt er gedanst en gezongen. Er wordt zelfs een vuur aangestoken, wat de sfeer alleen maar beter maakt.
Rond halftien brengt een taxi ons terug naar de homestay… waar het feest blijkbaar gewoon doorgaat. Een groep Britten heeft de karaoke ontdekt en gaat er volledig voor: luid, enthousiast en vooral… vals. Exact zoals karaoke bedoeld is.
Dag 8 – Brommers en “happy water”
Tweede dag op de brommer, en ik ga eerlijk zijn: ik ben kapot. Maar dit is zonder twijfel één van de coolste dingen die ik ooit gedaan heb!
Al voelt het minder “uniek” dan je zou denken. Overal waar je kijkt: brommers. Echt overal. Het lijkt soms een kolonne mieren die zich door de bergen verplaatst. Blijkbaar zijn er zo’n 5000 Easy Riders actief, verdeeld over verschillende bedrijfjes. Je bent dus zeker niet alleen met je avontuur.

We vertrekken rond 9u en maken al snel een eerste stop voor een hike naar “Death Rock”. Klinkt dramatisch maar valt best mee. Je kan nog wat verder klauteren tot op een uitstekende rots om daar te poseren. En daar zeg ik geen nee tegen. Klauteren is fun op elke leeftijd :-).





Na de lunch volgt een volgende stop: met een bamboebootje richting een grot. Het boottochtje is heerlijk, zeker met dit warme weer.

Vanavond slapen we in een slaapzaal, met kleine “hokjes” die je kan afsluiten met gordijnen. Privacy-light zullen we maar zeggen. Veel slapen zal het waarschijnlijk niet worden, maar het heeft wel iets gezelligs.

Door de nieuwjaarsvieringen koken ze niet in de homestay, dus brengen de riders ons naar een restaurant in het centrum. Opnieuw lekker, al begint het stilaan een beetje veel van hetzelfde te worden.
En dan is er nog het fenomeen van de reis: “happy water”. Elke avond staat er een plastieken kan klaar met een lokale sterke drank, met een heel ritueel voor je mag drinken. De gids doet het telkens voor en wij volgen braaf :-).
Terug in de homestay sluiten we af met een uurtje karaoke. Niet noodzakelijk beter dan de Britten gisteren, maar minstens even enthousiast.
Dag 9 – Afscheid, een lange rit en even tijd voor mezelf
Zonet afscheid genomen van de Riders… en ja, dat deed toch een beetje pijn. Drie dagen lang hebben ze ons overal veilig doorheen geloodst, en plots is dat voorbij. We worden teruggebracht naar de homestay waar onze grote koffers nog stonden.
Straks nemen we de bus richting Hanoi, een rit van zo’n vijf uur. Ik denk dat er vooral veel geslapen zal worden, want het kruipt toch in de kleren, zo’n driedaagse op de brommer. Het is dubbel: jammer dat het voorbij is, maar tegelijk ook benieuwd naar wat nog komt.
De bus is redelijk luxueus, maar toch blijft het een lange en wat vermoeiende rit. Rond 22u45 komen we aan in Hanoi, opnieuw in het Wilque hotel net als de eerste nacht. Een beetje vertrouwd terrein dus.
Er ligt voor iedereen nog een belegd broodje klaar, maar mijn honger is ergens onderweg blijven hangen denk ik.
Ik neem nog een beslissing: voor de komende twee nachten boek ik een kamer alleen. De prijs valt goed mee en… een beetje me-time kan geen kwaad. Zeker omdat we morgen kunnen uitslapen en pas na de lunch een fietstocht op het programma hebben.

Even herladen, letterlijk en figuurlijk. Dat zal deugd doen.
Dag 10 – Fietsen door de chaos
Alweer een dag om in te kaderen.
De dag begint alvast goed: heerlijk geslapen in mijn eigen kamer. En nog beter: een eigen badkamer! Soms zit geluk in de kleine dingen.
Om 9u spreken we af voor het ontbijt en rond 10u trekken we de stad in om wat door de straatjes te kuieren. Tegen 12u worden we verwacht op het kantoor van het lokale reisbureau, Friends Travel, dat samenwerkt met Beyond Borders. Zij nemen ons vandaag mee op sleeptouw voor een fietstocht én een streetfoodtour. Een stevige combo dus.





We starten met lunch in een restaurant met een Michelin-vermelding. Verwachtingen: hoog. Eerste indruk: euh… schimmel aan het plafond! Maar eerlijk is eerlijk: het eten is écht lekker. Soms moet je er gewoon niet te veel bij nadenken.
Na de lunch springen we op de fiets. Oude, rammelende mannenfietsen, maar ze doen hun werk. En dan het verkeer in. Verkeersregels lijken hier eerder suggesties dan echte regels. Verkeerslichten? Vooral voor auto’s. De rest gaat gewoon mee met de flow en neemt zijn plaats in. In het begin lijkt het pure chaos, maar eens je erin zit, merk je dat er wel degelijk een soort logica achter zit. Iedereen weet precies wat hij doet. En opvallend: we hebben nog geen enkel ongeval gezien. (gedurende de hele reis niet)
De fietstocht zelf is geweldig. Onze gidsen Long en Chi loodsen ons door de stad en laten ons verschillende plekken zien, zoals de Notre Dame van Hanoi, een brug gebouwd door Eiffel en het mausoleum van Ho Chi Minh. Onderweg proeven we van groene rijstkoekjes (slechts twee dagen houdbaar!) en stoppen we voor een verfrissende smoothie.





Na drie uur zijn we terug aan het kantoor. We krijgen ijsthee en een heerlijk verfrissend nat handdoekje. Het was vandaag warm en vochtig, met zelfs wat lichte regen in de voormiddag.
Om 18u starten we aan deel twee: de streetfoodtour. We gaan langs vijf verschillende adresjes en alles is superlekker, en ook eens iets anders dan de voorbije dagen. Afsluiten doen we in Train Street, een smal straatje vol restaurantjes waar effectief een trein door rijdt. Ik had het al vaak gezien op filmpjes, maar in het echt is het toch net dat tikkeltje indrukwekkender.


Dag 11 – Varen tussen de rotsen
We vertrekken vroeg (7u20) richting Halong Bay. Nog wat slaperig, maar vooral benieuwd naar het volgende hoofdstuk.
Halfweg houden we een tussenstop in een beschutte werkplaats waar ze prachtige dingen maken: schilderijen in naaiwerk, juwelen en tasjes. De makers zijn mensen die getroffen zijn door polio of de gevolgen dragen van Agent Orange (een chemisch middel dat tijdens de Vietnamoorlag werd gebruikt), soms zelfs al van de tweede generatie. Best indrukwekkend om te zien hoeveel talent daar zit.

Rond 10u bereiken we de ferry die ons over een brede rivier brengt. Daarna is het nog een klein uurtje rijden tot aan de haven. Daar liggen heel wat luxueuze schepen… en één houten boot. Je voelt het al aankomen: wij hopen allemaal op die laatste. En ja hoor, jackpot!
De boot is echt prachtig, alsof hij zo uit een oude film komt. En nog beter: we hebben hem helemaal voor ons alleen.


Na de lunch even siësta en daarna trekken we het water op met kajaks. Peddelen tussen de rotsen is echt prachtig… tot de zon beslist om te verdwijnen en de mist weer opkomt. Het begint ook lichtjes te miezeren, maar gelukkig hebben we een overdekt terras op de boot.




Om 16u is het happy hour: twee cocktails/mocktails kopen, één gratis. En aan €5,5 per cocktail voelt dat bijna als gratis. Daar zeggen we geen nee tegen.
’s Avonds krijgen we een heerlijk diner met onder andere inktvis en langoustines. En alsof dat nog niet genoeg is, mogen we daarna zelf proberen inktvis te vissen. Volgens de gids eigenlijk onmogelijk in deze periode… maar toch halen we er drie boven. Oké, het waren baby’tjes, maar toch. We gooien ze netjes weer terug, we zijn geen barbaren.

En zoals het stilaan traditie wordt: de dag eindigt met karaoke.
Dag 12 – Fietsen zonder versnellingen en klauteren naar het “dak”
Vanmorgen wakker geworden in de mist… het wordt een constante.
Na het ontbijt meren we aan op het eiland Cát Bà. We krijgen elk een fiets voor een tocht van 40 minuten… wat uiteindelijk eerder een klein halfuurtje blijkt te zijn. De fietsen hebben geen versnellingen en mijn zadel staat veel te laag (en kan niet hoger). Ik voel me precies weer 12 jaar, op mijn communiefiets.
Onderweg stoppen we bij een “fish massage”. Je voeten in een bad en vissen die eraan beginnen te knabbelen. Voor sommigen ontspannend… voor mij vooral: help! Ik ben geen fan van vissen, dus dit was echt niks voor mij.
Onze homestay ligt op nog vijf minuten fietsen. Om 11u30 krijgen we lunch. Opvallend: sinds de boot eten we weer gewoon met borden en bestek. Een beetje jammer eigenlijk, ik begon het eten met stokjes net onder de knie te krijgen en vond het wel leuk.


In de namiddag stond er opnieuw een klim op het programma: een berg van zo’n 300 meter hoog (volgens onze gids 900 meter) met als bestemming het “dak van het eiland”.






Over die gids gesproken: sinds de Ha Giang Loop hebben we een extra lokale gids bij ons, Jason. 24 jaar, uit Hanoi, en een vat vol energie. Altijd in beweging, altijd aan het praten – je zou er spontaan moe van worden. Maar wel een toffe kerel die duidelijk graag doet wat hij doet.
De beklimming zelf is weer geen gewoon wandelingetje. Veel klauteren, glibberige rotsen door de vochtigheid en hier en daar wat modder. Maar iedereen geraakt boven zonder kleerscheuren. En het uitzicht maakt alles goed. Ondanks de mist zien we toch mooi uit over Halong Bay, absoluut de moeite.
Na het avondeten volgt nog een laatste activiteit: kajakken in het donker, op zoek naar lichtgevend plankton. Ook daarvoor is het eigenlijk niet echt het seizoen, maar toch… we zien het. Subtiel, maar wel iets bijzonders.
Dag 13 – Zweten, wachten en een beetje onzekerheid
Het is hier écht vochtig op het eiland. Zo vochtig dat natte kleren niet drogen… en droge kleren gewoon vanzelf nat worden.
Om kwart over elf worden we opgehaald met een elektrisch busje – zo’n uit de kluiten gewassen golfkar. Op het eiland rijden nauwelijks gewone voertuigen, enkel deze busjes, fietsen en af en toe een verdwaalde brommer.
Daarna gaat het met een speedboot in zo’n 20 minuten terug naar de haven. Even wachten op de bus (dezelfde als op de heenweg, inclusief dezelfde chauffeur), en dan richting ferry. Daar is het behoorlijk druk: een halfuurtje wachten om erop te mogen, en nog eens drie kwartier later staan we aan de overkant.


De busrit naar Ninh Binh is lang, maar rond 17u20 komen we aan in de homestay “Amazing Garden“. Tijd om even op adem te komen en daarna gaan we eten in een restaurantje vlakbij. Opvallend: bijna iedereen kiest voor spaghetti of een hamburger. Zouden we stilaan toch een beetje heimwee krijgen naar “gewoon” eten?


En over thuis gesproken… het wordt nog spannend hoe en wanneer we effectief terug geraken. Onze tussenlanding in Dubai lijkt onzeker door de spanningen in het Midden-Oosten, waardoor er mogelijk moet omgeboekt worden via een andere luchthaven. Momenteel worden alle vluchten tot en met 3 maart opgeschort, en misschien wordt dat nog verlengd.
Eerlijk? Ik ben vooral blij dat ik mee ben met een groepsreis en het niet zelf moet uitzoeken.
Wordt vervolgd…
Dag 14 – Tempels, trappen en toeristische drukte
Vandaag zo’n dag waarop alles op het programma staat: bootje varen, tempels bezoeken, fietsen én 500 trappen beklimmen.
Om 8u worden we opgepikt voor de roeiboten. Het voelt een beetje als de ingang van een pretpark: een massa volk, en vooral veel Instagram- en TikTok-meisjes in hun mooiste outfits. Met onze tickets wandelen we via lange “wachtrijen” naar een platform waar tientallen bootjes netjes naast elkaar liggen te wachten.

De boottocht zelf is echt prachtig, al is het behoorlijk druk. We varen zo’n 2,5 uur, met onderweg verschillende stops om tempels te bezoeken. Toeristisch, ja, maar wel de moeite.













Daarna bezoeken we nog een groot tempelcomplex. De grootste tempel is gewijd aan Đinh Bộ Lĩnh, de man die Noord- en Zuid Vietnam in de 10e eeuw wist te verenigen en onafhankelijk maakte van China. Iets verder ligt een kleinere tempel voor zijn opvolger Lê Đại Hành – én voor de weduwe van Đinh, die na zijn dood een relatie met hem kreeg.
Na al dat cultuur snuiven is het tijd voor lunch: een hele reeks gerechten met geitenvlees. Niet echt mijn favoriet.
Rond half drie wachten de 500 trappen naar boven, richting een uitzichtpunt met een slang bovenop de berg. Op zich goed te doen, maar met 25 graden en die vochtigheid… zweten gegarandeerd.







Als afsluiter maken we nog een fietstocht vanuit Tam Coc, dwars door de rijstvelden. Rustig tempo in een mooie omgeving. Een perfecte manier om de dag af te sluiten.




We weten nog altijd niets meer over onze vlucht morgenavond. Zolang die niet officieel geannuleerd is, kan er ook niets geregeld worden. Het blijft dus afwachten. Maar goed, we weten ondertussen wel dat we hier nog enkele nachten kunnen blijven indien nodig. Er zijn slechtere plekken om vast te zitten 🙂
Dag 15 – Apen en bloedzuigers in de jungle
De laatste officiële reisdag…
Om 9u worden we opgehaald voor een uitstap naar Cuc Phuong National Park: het oudste en grootste nationaal park van Vietnam. Na een uurtje hobbelen over wegen die hun beste tijd gehad hebben, komen we aan in het park. Er zijn hier 307 vogelsoorten, 133 zoogdieren, 122 reptielen en meer dan 2000 verschillende planten.
Eerste stop: het Endangered Primate Rescue Center. Een opvangcentrum voor geredde apen en men probeert ze ook te rehabiliteren door ze in een aangrenzend semi-wild gebied uit te zetten. De apen zijn superschattig… tot ze beginnen te roepen. Echt, dat geluid lijkt op een brandalarm dat afgaat!



We horen ook het verhaal van Maffia en Polly, een apenkoppel. Maffia was ooit van een drugsbaron en was bij aankomst verslaafd aan opium. Heel onrustig, constant in beweging. Tot ze Polly, een 10 jaar ouder vrouwtje, bij hem plaatsten en zij hem volledig wist te kalmeren. Liefde kan toch mooi zijn 😉
Daarna staat er opnieuw een klim op het programma: 200 trappen richting een prehistorische grot. Voor een laatste dag hadden we dat niet meteen meer verwacht, maar goed, we zijn het ondertussen gewoon. De grot zelf is best indrukwekkend, en we kunnen er een heel eind in wandelen. In de zomer zitten hier vleermuizen en slangen, maar gelukkig is het geen zomer.
Na de lunch volgt nog een junglewandeling van ongeveer twee uur. Voor we vertrekken, krijgen we een soort “jungle-opium” op onze enkels gesmeerd tegen bloedzuigers. Dress code: lange broek, lange kousen, en de kousen over de broek. Fashion in de jungle, zeg maar. Gelukkig is het vandaag niet zo warm.
De wandeling zelf is mooi, al is het heen en terug hetzelfde pad. We stoppen bij een gigantische boom van zo’n 70 meter hoog, indrukwekkend hoe klein je je daarbij voelt.




Na afloop volgt de verplichte check: schoenen en kousen uit en zoeken naar bloedzuigers. En jawel, prijs… eentje op mijn broek en eentje verstopt onder mijn schoen in de modder. Zelf had ik ze niet eens gezien, gelukkig de gids wel.
Tijdens de terugrit krijgen we het, enigszins verwachte, bericht: onze vlucht van vannacht is geannuleerd.
Dus… we blijven nog minstens één nacht extra in deze homestay. En daarna? Afwachten wat er geregeld wordt.
Dag 16 – Van homestay naar hotel (en een beetje luxe)
We starten de dag in een restaurantje iets verderop, het ontbijt in de homestay zelf stelt niet zo veel voor. Soms moet je gewoon even upgraden 🙂
Om half twaalf worden we opgehaald voor de rit naar Hanoi. Friends Travel heeft het busje geregeld en er wacht ons een hotel in de stad. In Ninh Binh was het nog koud en grijs, maar eens in Hanoi… zon! Dat helpt meteen voor de sfeer.
Het hotel is duidelijk van een andere categorie: modern, westers en minder “authentiek”. Maar, belangrijk, de badkamer is perfect: eerst het toilet, dan de douche, én een glazen wand ertussen. Geen natte voeten meer bij elk toiletbezoek. Kleine luxe!


We trekken meteen naar het dakterras om van de zon te genieten. Tot de honger begint te knagen en we op zoek gaan naar eten. Het wordt een Banh Mi – een warm broodje met vlees en saus, simpel en lekker.
Daarna wandelen we verder op zoek naar een gezellig café. Niet zo evident hier, maar uiteindelijk vinden we er eentje op de eerste verdieping, bereikbaar via een smalle, beetje lugubere doorgang.
’s Avonds gaan we nog eens uitgebreid Vietnamees eten: springrolls, garnalen in curry en als dessert een pannenkoek met banaan en choco. De volgorde laten ze hier volledig los. Mijn hoofdgerecht kwam eerst, de rest volgde ergens tussendoor. Gelukkig hadden we het dessert pas achteraf besteld 🙂 Alles samen, met drankjes: €11,5 per persoon. En dat was de duurste maaltijd van de hele reis!
Na het eten duiken we nog even de winkels in en belanden we bij UNIQLO.
En dan het belangrijkste nieuws: we hebben bericht gekregen dat ze ons morgen op een vlucht proberen te krijgen. Spannend…
Dag 17 – Plot twist
Vanmorgen het verdict: geen vlucht gevonden. Nog een extra dag (en nacht) in Hanoi dus.
Rond de middag worden onze koffers opgehaald en teruggebracht naar het Wilque hotel (dat van nacht 1 en 9-10). Iets minder chic dan waar we nu zitten, maar wel dichter bij het gezellige centrum. Hier geen Ferrari’s en Maserati’s voor de deur, maar het échte Hanoi. We besloten enkel onze koffers met het busje mee te sturen en wij wandelen zelf naar het hotel, meer hadden we toch niet te doen vandaag.
Groot voordeel in dit hotel: er zijn wasmachines en droogkasten! Voor 20.000 dong (oftewel €0,66) een wasje draaien. Ondergoed en een paar kleren weer fris, ik kan weer een paar dagen verder.
De rest van de namiddag hou ik het rustig in het hotel. Even opladen, want het weer zit ook niet echt mee.
En dan… om 18u45: hét verlossende telefoontje. Beyond Borders heeft een oplossing gevonden! Morgenochtend vroeg vliegen we naar… Osaka, Japan.
Even laten bezinken: Japan!!! We krijgen er gewoon twee extra nachten bij en vliegen daarna via Istanbul terug naar huis.
Om deze onverwachte wending te vieren, bestellen we pizza en eten die gezellig samen in de gemeenschappelijke ruimte van het hotel.
Op naar een volgend avontuur.
Dag 18 – Bye Vietnam, hallo Japan
Midden in de nacht gaat de wekker en om 4u15 zitten we al in het busje richting luchthaven. De vlucht vertrekt om 8u20 en duurt zo’n 3 uur. We vliegen met Vietjet – zeg maar de Aziatische versie van Ryanair.
Bij aankomst in Osaka krijgen we meteen een kleine shock: van 20-25°C in Vietnam naar amper 10°C hier. Hallo wintergevoel!
Er staat niemand klaar om ons op te pikken, dus we moeten zelf nog een uurtje met metro en trein richting centrum, gevolgd door een korte wandeling. Even schakelen na al dat georganiseerd reizen, maar het lukt.

De kamers zijn klein, maar gezellig – typisch Japans. En het toilet heeft een “poepdouche” 🙂 Ik ben benieuwd, maar ik heb het voorlopig nog niet aangedurfd.

Na een snelle opfrisbeurt gaan we in de buurt iets eten in een Isakaya: een soort Japanse eetplek waar je zelf aan tafel kan grillen. En amai… zo lekker! Echt een totaal andere keuken, maar meteen een schot in de roos.

Ondertussen is het beginnen regenen en het is echt koud. Even wennen na Vietnam.
Hopelijk morgen wat beter weer voor het verkennen van de stad… Maar we zijn wel in Japan! Wie had dat gedacht!
Dag 19 – Van hertjes tot neonlichten
Op aanraden van Anne, onze reisbegeleidster (die een paar jaar geleden de reis naar Japan heeft begeleid), trekken we vandaag naar Nara, een provincie naast Osaka.
Het openbaar vervoer hier is echt next level ingewikkeld. Twee metro’s en nog een trein later, geraken we er. Met dank aan de behulpzame locals die in hun beste Engels proberen uit te leggen waar we naartoe moeten.
Na drie kwartier wandelen hadden we door dat we een halte te vroeg waren uitgestapt. Gratis extra sightseeing…


In Nara bezoeken we een groot park met tempels en een Japanse tuin. En ja hoor: de beroemde hertjes zijn overal. Je kan speciale koekjes kopen om ze te voederen… en die herten weten dat maar al te goed. Ze komen gewoon in je zakken snuffelen om te checken of je iets bij hebt. Best grappig, tot ze iets té enthousiast worden.





Voor de tempels moet je betalen, dus die slaan we over. Maar voor de Japanse tuin leggen we graag €6,5 neer. En dat is het waard: rustig, mooi en perfect voor een kleine picknick in het zonnetje. Ik eet er sushi… in Japan… in een Japanse tuin. Het moment is compleet 🙂





Na wat rondwandelen in de winkelstraatjes trekken we terug naar Osaka. Onze volgende stop: de wijk Shinsekai. En dit is het Japan zoals ik het in m’n hoofd had. Neonlichten, felle kleuren, stripfiguren, muziek… overal prikkels. We proeven er Takoyaki (gefrituurde deegballetjes met inktvis).







We proberen nog ergens binnen te geraken om te eten, maar zonder succes. Dan maar door naar de wijk Dotonbori, waar gigantische shoppingcentra zich onder de grond uitstrekken met verdiepingen vol restaurants. Daar lukt het wél, en ik ga voor Okonomiyaki: een hartige pannenkoek, gebakken op een teppanyaki en belegd met wat je maar wil – opnieuw superlekker.
Het is ondertussen weer flink afgekoeld. Niemand had echt gerekend op maximum 10°C. Gelukkig heb ik mijn donsjas mee… anderen moeten het stellen met een regenjasje. Brrr.
Nog snel online inchecken voor de vlucht van morgenavond en dan naar bed. Ik ben kapot. Mijn lichaam verlangt ondertussen meer naar mijn bureaustoel dan naar nog een avontuur… Ik ben klaar om morgen naar huis te gaan.
Dag 20 – De laatste halte: nog één keer Japan
We zijn aangekomen op de luchthaven van Osaka… en het ziet ernaar uit dat we nu écht naar huis gaan. Deze keer geen verrassingen meer (hopelijk).
Maar eerst nog het verslag van een laatste dagje Japan. We startten met een bezoek aan de Tsutenkaku Tower. Voor €10 mogen we naar boven, tot zo’n 103 meter hoogte. En ja, dat uitzicht is echt de moeite, Osaka ligt letterlijk aan je voeten.



Daarna trokken we naar Osaka Castle: één van de beroemste bezienswaardigheden van Japan.






En dan… shoppingtime!! Osaka is echt een paradijs voor shoppers, met gigantische shoppingcentra overal. Resultaat: nog twee broeken, twee truitjes en een paar schoenen rijker. Mijn koffer zal blij zijn…
Rond zes uur zit het avontuur er dan écht op. We halen onze bagage op in het hotel en nemen de metro en trein richting luchthaven.
Van Vietnam naar Japan, van bergen naar neonlichten – wat een reis!
Dag 21 en 22 – Eindelijk thuis
De vlucht van Osaka naar Istanbul was allesbehalve rustig: behoorlijk wat turbulentie en meerdere keren de oproep om weer te gaan zitten met gordel aan. Maar goed nieuws: van de 13 uur heb ik er toch een 8-tal kunnen slapen.
Na 5 uur wachten nog de laatste vlucht van 3,5 uur naar huis. En net wanneer je denkt “we zijn er bijna”… lezen we dat de Belgische treinen staken! Serieus? Volgens de app zou de trein van Antwerpen naar Poperinge gelukkig wel rijden.
We boarden op tijd, maar dan… wachten… Eerst 40 minuten door slechte weersomstandigheden in Amsterdam, daarna nog eens 40, en nog eens 30. Uiteindelijk stijgen we pas op rond 13u20 – zo’n 1,5 uur later dan gepland. Gelukkig maken we tijdens de vlucht wel wat tijd goed.
In Amsterdam begint het laatste stukje van de puzzel. De geplande trein naar Antwerpen haal ik niet meer, dus wordt het de duurdere Eurostar. In Antwerpen proberen we nog een snelle overstap van 6 minuten richting Kortrijk… maar ook dat lukt net niet door een kleine vertraging. Typisch.
Gelukkig rijden de volgende treinen wél op tijd, en zo kom ik uiteindelijk om 19u35 aan in Ieper.
Ik had nooit gedacht dat ik een reisverslag zou afsluiten met de woorden: eindelijk thuis!
Wat een reis!